De stad kent de grootste molens ter wereld. In de hoogtijdagen van de Schiedamse jeneverindustrie in de 19e eeuw, bevonden zich in en om de stad zo'n twintig molens. Ze maalden granen voor de branders die moutwijn stookten en voor de bakkers in de stad. Van al deze molens zijn er nu nog zes over, die bekendstaan als de grootste molens ter wereld.
Schiedam is een historische stad aan het water. De binnenstad biedt veel mogelijkheden voor een ware ontdekkingstocht. Een stadswandeling brengt u langs havens, de grootste molens van de wereld, branderijen en mouterijen. Maar ook kunt u een toch met de fluisterboot maken en zijn in de binnenstad verschillende aanlegplaatsen voor de pleziervaart. De binnenhavens vervulden vroeger een functie voor de scheepvaart. Zo werd het graan voor de jeneverindustrie in de Lange Haven door de zakkendragers gelost. De Schie kronkelt dwars door de historische binnenstad en de stad ligt aan de Maasboulevard.
De monumenten en musea van Schiedam vertellen het verhaal van de stad. Zo hangt in de toren van het Zakkendragershuisje (1725) aan de Oude Sluis een klok waarmee vroeger de zakkendragers gewaarschuwd werden dat er een schip met bijvoorbeeld graan te laden of te lossen was. Van de 15e eeuw tot ver in de 20e eeuw was dit pand het gildehuis voor het 'Dragers- of Sint Anthonisgilde'. De oudste plek in Schiedam is de Ruïne Huis te Riviere, gelegen naast het nieuwbouwcomplex aan het Stadserf. Het Huis te Riviere (1260) vormde in de Middeleeuwen de kern van de stad Schiedam. Het zijn de resten van de zware bakstenen toren van het Slot van Mathenesse. Dit was het kasteel van vrouwe Aleida, de stichteres van Schiedam.
Oude tijden herleven ook in het kruidenierswinkeltje van het Nationaal Coöperatie Museum en in het Jenevermuseum, waar nog aan een oude jenever of Corenwijn genipt kan worden. In Museummolen De Nieuwe Palmboom kunt u de molenaar aan het werk zien en tonen de tentoonstellingen de molenhistorie van de stad. De Nederlandse moderne en hedendaagse kunst van na 1945 staat centraal in de exposities van het Stedelijk Museum Schiedam. Dit museum is gevestigd in het gerestaureerde Sint Jacobs Gasthuis en bezit een rijke kerncollectie van ruim 250 CoBrA-werken.
Twee vrouwen hebben een belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis van Schiedam. Bij het verhaal van Aleide van Avesnes (Aleida) begint het verhaal van Schiedam. Na het overlijden van haar man Jan van Avesnes kreeg zij een stuk grond met de nederzetting Nuwer Scie. Deze kleine nederzetting bij de dam aan de Schie moet zijn ontstaan vóór 1250. De nederzetting maakte een snelle economische groei door, mede omdat het aan de belangrijkste vaarroute van Holland lag. In 1270 willigde Aleida het verzoek in om een weekmarkt te organiseren. Omstreeks 1275 kende Aleida de inwoners van Schiedam een stedelijk zelfbestuur toe. Ook stichtte zij de eerste kerk te Schiedam (1262).
Een andere belangrijke vrouw uit de geschiedenis van Schiedam is de heilige Liduina: de enige Noord-Nederlandse vrouwelijke heilige. Na een val op het ijs in februari 1396 of 1397 brak Liduina een rib, waarna zich een abces ontwikkelde dat niet wilde genezen. Ze raakte bedlegerig voor de rest van haar leven. Gelegen op haar ziekbed troostte zij armen en noodlijdenden die van heinde en verre kwamen. Liduina beleefde visioenen en in extase bezocht zij samen met haar engelbewaarder Rome, het Heilig Land, hemel, hel en vagevuur. Tijdens één van haar reizen naar het paradijs gaf haar engelbewaarder een rozentak. Liduina zou pas sterven als de tak in bloei zou staan. Op dinsdag 14 april 1433 stierf Liduina. De relikwieën worden bewaard in de Liduina Basiliek.
De verering van Liduina werd op 14 maart 1890 door paus Leo XIII bevestigd en goedgekeurd. Liduina is de patrones van de zieken, beschermheilige van schaatsers en beschermheilige van stad (Schiedam) en parochie. De jaarlijkse viering van het feest van de Heilige Liduina is op de tweede zondag na Pasen.